Vijfenzestig procent van alle kinderen draagt te kleine schoenen!

Uit actueel onderzoek blijkt dat maar liefst twee derde van de kinderen op te kleine schoenen rondloopt. Bijna de helft van de kinderen draagt één maat te kleine schoenen en 18% loopt op schoenen die zelfs twee maten te klein zijn. Slechts een derde van de kinderen draagt de juiste schoenmaat en één op de tien kinderen heeft schoenen met ‘ruimte om te groeien’. 

Een conclusie die ik herken vanuit mijn praktijk. Het blijkt steeds vaker dat kinderen op te kleine schoenen lopen. Dat ik bepaald geen mooie trend. Een te kleine schoen heeft namelijk een nadelig effect op de kindervoet. En dat moet beslist voorkomen worden. 

De schoenmaat van het kind wordt vaker op de verkeerde manier gemeten en dat kan tot voetafwijkingen leiden. Daarom is het belangrijk dat je als ouder op de juiste manier de voetmaat meet. Maar hoe doe je dat en weet je welke schoenmaat jouw kind heeft? 

Onderstaande tips kunnen je helpen bij het kiezen van de juiste maat:

  • Meet de langste voet op. Het komt bijna nooit voor dat beide voeten even groot zijn. Het is daarom belangrijk om bij het kopen van schoenen bij de langste teen de langste voet op te meten . Hou er rekening mee dat er verschillende voettypes bestaan. Het voettypes waarbij de grote teen het langst is, komt het meeste voor. Maar er zijn ook voettypes waar de tweede de langste is of de grote en tweede teen even lang zijn. Hou daar dus rekening mee.
  • Vertrouw niet blindelings op de schoenmaten die fabrikanten hanteren. Er is geen verplichte industriestandaard voor schoenmaten, dus ze kunnen per merk verschillen. Dit is vooral merkbaar bij sneakers. De standaard maat die een kind normaal heeft kan niet overeenkomen met de maat in de sneakers. Laat je kind de schoenen daarom goed passen en ga er niet zomaar van uit dat ‘zijn maat’ altijd past en juist is.
  • Geef de voeten de ruimte. De meeste ouders weten wel dat voeten wat ruimte over moeten hebben in de schoen, maar vaak wordt onderschat hoeveel ruimte dat moet zijn. Bij het lopen wordt de voet ongeveer een centimeter langer en dat betekent dat er minstens één centimeter overruimte moet zijn aan de voorzijde. Zo kan de voet volledig en op de juiste manier afwikkelen om goed voorwaarts te bewegen. Doe daarom het volgende.
  • De duimtest. Hierbij druk je met je duim op de neus van de schoen, om te kijken hoeveel ruimte de tenen hebben. Let er wel op dat een kind in een reflex zijn tenen kan intrekken. Zo lijkt het alsof er genoeg ruimte is, terwijl dit waarschijnlijk niet klopt. De duimbreedte komt dicht in de buurt van de centimeter en kan dus als indicator aangehouden worden bij het voelen of de maat juist is.
  • Meet de voeten van je kind elke twee maanden op. Ik bemerk in de praktijk dat kinderen meestal zelf niet aangeven wanneer hun schoenen te klein zijn en lopen dus veel langer op te kleine schoenen dan wenselijk is . Meet en met name voel regelmatig of het kind nog die centimeter overruimte heeft in de schoenen.  

Deze drie trucs om te checken of schoenen (nog) passen zijn níet betrouwbaar, maar worden helaas nog wel door veel ouders toegepast:

  • De schoenzool tegen de voet houden. Deze truc is onbetrouwbaar, omdat de lengte van de binnenkant van de schoen niet van buitenaf kan worden ingeschat. Door de voering, naden en het voetbed is de schoen binnenin vaak veel kleiner dan je zou denken.
  • Hetzelfde geldt voor de hieltest, waarbij je je duim tussen de hiel en de achterkant van de schoen steekt. Kinderen duwen hun voeten dan vaak naar voren, waardoor de tenen in de knel raken.
  • Aan je kind vragen hoe de schoen voelt. Kinderen kunnen niet goed inschatten of een schoen goed past. Vaak zijn de zenuwen in de kindervoet nog niet goed ontwikkeld, waardoor ze zich minder bewust zijn van knelling en pijn.

Meet dus met aandacht en doe het zorgvuldig om voetproblemen te voorkomen. 

Deel dit bericht